30/07/2015

Ont-roer-end

Tweede helft 17e eeuw
Eigenlijk is het weer te slecht, maar alles staat al klaar voor de reis over de Zuiderzee. Ik twijfel, maar besluit toch om de oversteek te wagen. We varen op met andere schepen die het ook aan durven. Het gaat altijd goed, dus waarom zou het deze keer niet goed gaan? We varen de IJssel nog niet uit of er steekt een hevige wind op. Ik geef mijn knecht orders de zeilen bij te stellen. Door de wind ontstaat een stevige golfslag waardoor de knecht zich beroerd voelt. Nu begint het ook nog eens te regenen. Ik zie geen hand voor ogen en het wordt wel heel slecht. Misschien is het toch beter om terug te keren naar de veilige haven. Ik gooi het roer om en probeer te keren. Het houten schip is zwaar beladen met turf en dat maakt het keren moeilijk. Een grote golf water slaat het schip in. En nog één. Zijn de luiken wel gesloten? Als we maar veilig te haven bereiken…

Tweede helft 20e eeuw
Het plan van dr. ir. Cornelis Lely is goedgekeurd en de dijken zijn aangelegd. Grote machines pompen het water uit de voormalige Zuiderzee. Langzaam komt de bodem in zicht. Vanuit het hele ‘nieuwe land’ komen meldingen dat scheepswrakken in de grond liggen en er zelfs bovenuit steken. Nauwkeurig wordt genoteerd waar de wrakken liggen en bij het verpachten van de grond wordt in het contract een clausule opgenomen dat men rekening moet houden met het wrak dat in de grond ligt. Dit betekent: vooral niet te diep ploegen…

2014
André roert in zijn koffie en staart voor zich uit. Hij denkt na over een volgende veldwerkcampagne in het kader van de International Fieldschool for Maritime Archaeology Flevoland. Waar zullen we komend jaar gaan graven? Na wat speurwerk in de archieven vindt hij een geschikt scheepswrak voor de opgraving waar studenten aan mee werken. Hij zet alles in gang en in augustus staat een groep enthousiaste studenten te trappelen van ongeduld. Op het eerste gezicht lijkt hier tussen de uien niets te beleven. Er worden aanwijzingen aan de graafmachine gegeven en na enkele voorzichtige schraapacties komt er hout tevoorschijn.  Het schip ligt er dus toch! Al snel wordt duidelijk dat er sprake is van een houten schip uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. Het schip is onder zware slagzij in de zachte bodem van de Zuiderzee weggezonken waarbij het boord aan bakboordzijde over de rest van het schip is gevallen. Vier weken lang graven de studenten voorzichtig het bakboorddeel van het schip vrij. Alles wordt nauwkeurig gedocumenteerd. Na vier weken wordt de put weer toegedekt met zand, zodat de archeologen in 2015 verder kunnen gaan met hun onderzoek…

2015
In juni vinden de archeologen in en rondom de put een heuse wildernis aan. In het afgelopen jaar heeft de natuur zijn best gedaan om het schip weer toe te dekken met groen. Het zand wordt weggegraven en de onderliggende doeken verwijderd. Daar is het schip weer. Een nieuwe groep studenten gaat aan de slag om het schip verder te documenteren. Daar hebben zij elke dag verslag van gedaan op deze blog. De laatste dag nadert snel en iedereen wordt onrustig. Gaan we het wel redden? Er ligt nog wel heel veel hout in de grond. Er wordt besloten om een deel van de scheepsconstructie te verplaatsen naar de Bataviawerf, zodat dit later kan worden getekend. Het weer werkt ook niet mee. De laatste week hebben we zoveel regen gehad, dat alles wat we doen zoveel zwaarder wordt. Zo nu en dan glijdt iemand uit en belandt met zijn billen in de modder of stapt er iemand uit zijn laars, zo met de sok de modder in. De laatste woensdag is ingegaan en de graafmachine is terug om het gat dicht te gooien. Maar eerst schraapt hij voorzichtig de grond af boven de houten balk die de putrand in loopt. Het blijkt een dikke balk te zijn die ooit hoog in het schip zat. Bijzonder om aan te treffen, want vaak slaan de hoogste delen van de scheepsromp af tijdens of kort na het vergaan. Na een nauwkeurige inspectie wordt vastgesteld dat het om een zeilbalk gaat. 
Tekening van de horizontaal geplaatste zeilbalk uit OR 49.

Verticaal geplaatste zeilbalk in situ uit scheepswrak NR 43 (bron: RCE, wikipedia.org).
Deze balk gaat van boord naar boord op het breedste punt van het schip en wordt vastgehouden door verschillende horizontale knieën tegen de wegering. Aan één zijde is de balk waarschijnlijk nog origineel en halverwege is een sponning zichtbaar. Dit lijkt de uitsparing voor de mast zijn. Hierdoor kunnen we met een slag om de arm een breedte van het schip op dekhoogte vaststellen, namelijk 5,18 meter. Later op de dag wordt nog een controlerondje met een metaaldetector gedaan. Pieppieppiep! Vast weer een spijker. O, het is een gigantisch stuk ijzer en er zit ook hout aan. We graven het verder vrij en komen deels onder (het al verwijderde) schip. We hebben het onderste deel van het roer gevonden! Vanaf de onderste twee pennen, waarmee het roer in de vingerling (wat bevestigd zit aan de achtersteven) hing, is het bewaard gebleven. 
 
Het roer van OR 49 dat aan stuurboordzijde naast het schip werd gevonden.

In het voorschip wordt nog druk gegraven en de scherven aardewerk vliegen om je oren. Omdat het schip daar uit elkaar is geslagen is een deel van de inventaris in 100.000 stukjes gebroken en verspoeld geraakt. Verder keken we ook al twee jaar lang tegen een ijzeren staaf aan die onder een houten plank lag. Die plank is eindelijk verwijderd (omdat de zeilbalk uit de put is gehaald) en daardoor konden we de staaf vrijgraven. Het blijkt een anker te zijn!  
Het anker dat aan stuurboordzijde voorschip werd gevonden.
Nu op de laatste dag wordt het roer nog verder schoongemaakt, zodat een tekening kan worden gemaakt. Helaas is het roer te slecht om te worden vervoerd, anders hadden we deze ook mee kunnen nemen om later te worden getekend. Verder worden de keten en de containers, waar we zes weken lang vanuit hebben gewerkt, schoon geboend. Ook alle gereedschappen en Wander krijgen een bad, zodat alles weer schoon de gereedschapswagen in gaat. Ik denk dat ik wel namens iedereen die aan deze opgraving heeft meegewerkt mag zeggen dat het (weer) een interessante zes weken waren. Ook al was het soms zwaar om s’ ochtends vroeg vanuit Groningen te vertrekken en pas laat thuis te zijn. Of zoveel regen en wind om je oren te krijgen, dat je van gekkigheid niet meer weet wat je kan/moet doen. Om maar niet te spreken over de zonovergoten dagen. Maar we moeten zeker niet de onderlinge gezelligheid vergeten, de mooie vondsten die zijn gedaan en de verrassend complete scheepsconstructie die is aangetroffen. Nu breekt een periode van uitwerking aan: het vondstmateriaal zal verder worden bestudeerd en de constructie zal tot in de puntjes worden uitgewerkt zodat met alle beschikbare informatie het verhaal van die ene rampzalige dag in de tweede helft van de 17e eeuw kan worden verteld. 

We willen jullie, als trouwe lezers van de blog, bedanken voor het volgen van de voortgang van onze Fieldschool; daarnaast moet een groot compliment worden gegeven aan het team dat ervoor heeft gezorgd dat het scheepswrak geheel volgens planning is opgegraven en gedocumenteerd. Vandaar een kleine ode aan de 'crew' van 2015 in willekeurige volgorde:

Koen 'viool' Blok
Dorien 'loshout' Otten
Mariska 'IFMAF-shirt' de Vos
Yftinus 'Frysk roer' van Popta
Arjan 'vaste punten' Bulder
Sam 'Saxion' Rijlaarsdam 
Gert 'kettingzaag' Schreurs
Laura 'marlpriem' Koehler
Eline 'afrit 33' Zwijnenburg
Merel 'touw' Spithoven
Saskia 'textiel' Thijsse
Kimberley 'kleine' Koerkamp
Alexander 'ça va?' Cattrysse
Archie 'demonteur' Ermans
André 'zeilbalk' van Holk
Andries 'Fryske chipslading' Brinksma
Aletta 'turfblok' Postma
Gerrit 'Fryske tjaak' Dykstra
Wander 'metaaldetector' Huffstadt
Lars 'dagrapport' Kieskamp
Akos 'e-reader' Hungary
Wouter 'fototoestel' van Beest 
Theo 'megakraan' van Culenborg

Verder moeten ook nog genoemd worden: Manon, Morvenna, Leon, Bron, Tim en Maarten. 

Tot volgend jaar!





28/07/2015

Het einde nadert


De wind waait hard, maar we werken desondanks hard door.
Vandaag is de huid van het schip er grotendeels uitgehaald.
Langzaam maar zeker is het wrak er bijna in zijn totaal uit.

Onder de huid lag in het voorschip nog van alles aan vondstmateriaal.
Zo lag er onder andere aardewerk, wetsteen, schuimspaan, een complete tegel en mogelijk een olielamp.

Verder is er veel scheepshout getekend en is omroep Flevoland langs geweest om even het hele schouwspel op camera te zetten.


Morgen komt de kraan, die een stuk grond naast het schip weg gaat halen waar een groot stuk hout onder de grond doorloopt. Verder zal de kraan ook beginnen met dicht gooien van de opgravingsput waar nog geen zes weken geleden een prachtig scheepswrak lag.



27/07/2015

De hozende matrozen


Na een stormachtig weekend zijn wij weer met volle kracht begonnen. Bij aankomst stond de boot echter vol water, en nog veel erger de koffiepot was kapot. Zonder onze gebruikelijke opwekker en met veel geklaag van de aanwezigen, zijn we begonnen met het hozen van de boot. Nadat de bodem van de boot weer zichtbaar was zijn er enkele foto’s van de boot  genomen, en was voor de koffie een oplossing bedacht. Na een zeer korte onderbreking waarbij iedere koffie drinker een Haags bakje heeft gekregen is het echte werk begonnen.

Het grootste gedeelte van de groep is verder gegaan met het tekenen van de wegeringsplanken welke door hun bedekking enigszins droog zijn gebleven. Er kwam hier echter al snel een einde aan nadat een wolk besloten had de boot nader te bezichtigen. Dit had tot het gevolg dat de keet al snel opnieuw gevuld was. De afwezigheid van koffie zorgde er echter al snel voor dat wij aan het werk waren.  

Na de lunchpauze en nog wat meer vochtige bezoekers, hebben de hoosschepjes weer hun functie volbracht. Het was nu echter ook tijd om te beginnen aan het verwijderen van de huid van het schip.

 
Zo zijn de huidplanken ingedeeld, gelabeld en gezaagd.  Ook het opgraven bij het voorschip begon weer zodat alsnog de steel en de kop van de houten hamer herenigd konden worden.
 
 
 

24/07/2015

Leeg schip?

Vrijdag. Alweer de laatste dag van de week. Nadat gisteren alle spanten uit het schip waren verwijderd, blijft vandaag een vrijwel leeg schip over. Alleen de huid van het schip ligt er nog. Of niet? Terwijl in het voorschip de laatste restjes grond uit het wrak worden gehaald, duiken er toch nog een aantal vondsten op.
Schoonmaken van het laatste stukje OR 49


Zo duikt er een pokhouten (zeer harde houtsoort) schijf op, mogelijk een (reserve) onderdeel van de tuigage. En even verderop komt een houten kop van een hamer tevoorschijn…
Links de pokhouten schijf, rechts de houten hamerkop


Toch is dat nog niet de laatste vondst van de dag. Nog ietsje dieper duiken opeens haartjes op in de modder. Het blijken de haren van een kwastje uit het midden van de zeventiende eeuw. Ze zitten zelfs nog vast aan de steel. De kwast wordt voorzichtig geborgen, om na de opgravingscampagne in het laboratorium helemaal te worden schoongemaakt en geconserveerd.
Het kwastje. Links (gedeeltelijk onder de modder) de haren, rechts de steel


Tot slot nog een leuk constructiedetail van het schip. Op verschillende plaatsen in heet wrak komen ‘lassen’ tevoorschijn. Dit zijn de verbindingen tussen twee planken, in dit geval de planken in de huid. In dit geval lijkt het een beetje op een zogenaamde ‘haaklas’. Volgende week gaan we alweer de laatste week van de campagne in, waar o.a. nog uitgebreid naar de constructie van de huid gaat worden gekeken.
Dit zijn twee planken in de lengterichting van het schip, die door middel van een las met elkaar zijn verbonden.

 Maar eerst genieten van het (welverdiende) weekend!