14/07/2016

wind en regen niks houdt de ifmaf tegen


Beste ifmaffers en ifmafinners

Vandaag begon de dag net als vele anderen met een flinke hoeveelheid regen met als gevolg dat we al voordat we ook maar een druppel koffie op hadden we eerst de grootste hoeveelheid water tot nog toe uit het schip moesten pompen met ons meest dierbare stuk gereedschap namelijk onze waterpomp. Tot ons genoegen kwamen we erachter dat nadat we het wrak hadden leeggepompt we voor het eerst ook de bodem konden zien wat natuurlijk een glimlach op het gezicht van zelfs de meest doorgewinterde archeoloog krijgt. En toen de zon er ook nog een paar momenten van tussen de wolken vandaan op ons neer scheen werd het uiteindelijk toch nog wel aangenaam weer om archeologie te bedrijven.
het weer was niet de hele dag onaangenaam


Verder zijn in voorbereiding van ons spoedige tijdelijke vertrek van dit wrak (we werken door tot aanstaande vrijdag om hier dan vervolgens na vier weken weder te keren op 15 Augustus en dan verder te gaan met het uitgraven van het wrak  in kavel OO64A ) begonnen met het klaar maken van het schip en terrein te beginnen met het weg halen van de Dixies en aangezien de verhuurder deze niet ophaalt als ze niet langs de weg staan hebben we deze zelf naar het einde van het fietspad moeten vervoeren met behulp van Oscar van stichting Nieuwland en zijn pompkrik.
zelfs de hoogleraar is niet te beroerd mee te helpen met het vuile werk

Vandaag hebben we ook weer een aantal vondsten gedaan waaronder een nog grotendeel intact stuk touw waarvan je nog duidelijk de individuele vezels kon zien zitten dit stuk touw is geborgen en om het zo goed mogelijk te houden luchtdicht ingepakt.
touw in een vondstzakje


 Verder is er vandaag ook een stukje glas gevonden die we ook veilig hebben opgeborgen en ingepakt. Daarna werd iedereen blij verrast door de ontdekking van een ontzettend intacte knie die eruit zag alsof hij pas zeer recentelijk in het schip was geplaatst.
een "verse" knie

Ook kwamen er een aantal bakstenen en wat ander zwaar materiaal tevoorschijn dat mogelijk als ballast is gebruikt, deze hypothese is tot stand gekomen door de positie van deze vondsten namelijk helemaal onderin het achterschip wat een vrij logische plek is voor ballast . ook kwam er een zeer intacte tweekoppige spijker uit het schip tevoorschijn die mogelijk als een soort klinknagel is gebruikt.Kortom het schip heeft zeker nog niet al zijn  geheimen aan ons blootgegeven en er is nog een hoop informatie te verkrijgen uit dit scheepswrak wat toch in een veel betere staat blijkt te zijn dan we eerst dachten, en dat is allemaal te danken aan onze grootste vijand en grootste vriend het grondwater.
een foto van de put genomen tijdens de koffiepauze



Hoe bijzonder….

Hoe bijzonder is het om hout bloot te leggen, dat na - hoe verder het uit wordt gegraven - de vormen van een schip aanneemt. Voor mij heel bijzonder….waarom kun je nu afvragen. Omdat ik niet een student in opleiding ben en tot een jaar geleden nog niet bekend was met het vak archeologie in Nederland, sterker nog, als iemand anderhalf jaar geleden tegen me had gezegd dat het een heel bijzonder jaar voor mij zou worden had ik het niet geloofd. Na een “ toevallige “ ontmoeting op een mooie pinksterdag en een daar op volgende uitnodiging voor een bezoek bij het GIA, vielen de puzzelstukjes in elkaar. Mijn interesse voor de archeologie nam in een sneltrein vaart geweldige vormen aan, mede  door een uitnodiging om een dagje mee te gaan naar een terp opgraving. Een dagje, werd 4 weken en na die 4 weken nog een terp opgraving. 
Het zou nog gekker worden, een plekje in de kelder en een nieuwe titel - vrijwilligster bij het GIA- was de volgende stap. Emmer vol met klei door een zeef spoelen, scherven wassen. Vragen stellen, alle informatie opzuigen als een spons. En nu ineens komt er een schip voorbij die op de bodem van de Zuiderzee heeft liggen wachten op een team mensen, om zijn verhaal bloot te geven. Er wordt schoon schip gemaakt, water verplaatst van het achterdek naar een nabij liggende sloot. Zand en klei wordt uitgegraven uit een steeds dieper wordende put. Ondanks dat het schip vannacht door de regen en grondwater weer gezonken was en ondanks het harde werken, is het toch super dat je gewoon het gevoel mag hebben dat je een onderdeel bent van een bijzonder moment in de Nederlandse geschiedenis.


Maria Straatman.  

12/07/2016

"Een geveegd kontje"

Het lijkt wel op een geveegd kontje”, zegt AndrĂ© (Prof.) vrolijk. Meteen draaien een aantal Friese en Groningse hoofden onze kant op.
Dat archeologen alles met een dubbele betekenis opvatten, is de meeste bezoekers niet ontgaan, maar dit keer wordt er daadwerkelijk iets zinnigs mee bedoeld.
We kijken naar bakboord (of voor landlubbers ook wel linkerzijde) van het schip, waar net al een tweede huid van naaldhout buiten de huid van eikenhout is ontdekt. Wat nu steeds beter te zien is dat beide zijdes van het schip spits op de achtersteven toelopen (zie foto). Dit is bijzonder voor de periode waarin het gebouwd is (eind eerste helft 18e eeuw), want meestal liepen ze ronder.
Gestaag werkt iedereen door. Vandaag geen padden of stalkende vlinders, maar dozijnen naaktslakken bij de koffietafel. Het gerommel in de verte is geen trein in de tunnel maar stevig onweer, en het komt met bakken naar beneden, afgewisseld met heel af en toe een zonnetje. Ook het grondwater blijft maar komen. Menigmaal moet iemand een hand uitsteken om zijn collega uit de modder te trekken of moet men boven het lawaai van de pomp uitschreeuwen om maten voor een tekening door te geven. Echter, niets houdt ons tegen!

We kijken vooruit. Losse stukken hout en spanten (scheepsribben) worden gedocumenteerd  en iedereen hoopt snel op de bodem van het schip te zitten, of anders om dat ene speciale muntje of andere bijzondere voorwerp te vinden. Zulke vondsten kunnen meer vertellen over de precieze datering en levensloop van het schip. De omgeving van het schip speelt hier ook een belangrijke rol in. Van een tekening van een verkenningscampagne uit 1982 blijkt nu een andere volgorde van grondsoorten dan die wij zien. Deze grondafzettingen (zie foto) vertellen iets over de relatieve datering en ondergang van het schip, en verstoring van de grond nadat het schip erin achterbleef. Want wat doet een zeeschip nu hier (in ’t bos)?
Nou, mocht u nu echt niet kunnen wachten tot onze Open Dag op 20 augustus, kom dan vooral tussen de buien door even langs. Een vrolijke bende studenten en begeleiders staan u graag te woord. En vooral; de koffie staat altijd klaar! 

11/07/2016

De diepe gronden van de scheepsbouw

Er verschijnt meer en meer hout in de put. We zitten nu op zo’n anderhalve meter onder het maaiveld en van beide boorden is een meter zichtbaar. Zodoende komt nu ook de wegering (binnenbekleding van het schip) tevoorschijn. Hoog in het schip is deze erg slecht en moeilijk van grond te onderscheiden, maar dieper is de houtkwaliteit beter. Het uit diepen gaat sneller dan vorige week. Veel van het losse hout dat over het schip heen is komen te liggen is nu verwijderd, zodoende kan er nu met een hoger tempo worden gegraven.
Omdat de put dieper wordt, is het afpompen van het grondwater steeds belangrijker, toen onze pomp vanmorgen even buiten bedrijf was, leverde dat dan ook meteen een probleem op. Gelukkig werd de pomp weer snel gerepareerd en werden de werkzaamheden vlug hervat. De hele groep wacht met spanning af wat ze dieper in het schip zullen aantreffen. Bij veel scheepsopgravingen bevinden de vondsten zich onder in de kimmen van het schip, met hoge verwachtingen graaft iedereen voorzichtig verder. Hoe dieper we in het schip komen, hoe meer we te weten kunnen komen over het formaat en de bouwwijze van het schip. Het schip is waarschijnlijk gebouwd in het begin van de achttiende eeuw, maar een precieze datering is er nog niet.
Het begin van de achttiende eeuw is een belangrijke periode in de Nederlandse scheepsbouw. Vooral de werven noordelijk van Amsterdam bleven lang vasthouden aan hun oude scheepsbouw methode. Deze methode hield in dat na de kiellegging en de bouw van de stevens (voor- en achterkant) eerst een groot deel van de scheepshuid werd gebouwd, en daarna pas de spanten werden ingepast. Op deze manier kon de scheepsbouwmeester nog tijdens de bouw een grote invloed uitoefenen op het eindresultaat. Na de zeventiende eeuw veranderde deze methode onder invloed van Engelse scheepsbouwmeesters die door de admiraliteit werden aangesteld om de Hollandse vloot te moderniseren. Men bouwde eerst de spanten op en bracht daarna pas de huid aan. Op deze manier werd het ontwerp van het schip van te voren veel meer vastgelegd dan voorheen. Ontwerpen en berekeningen van de tekentafel wonnen terrein op de ervaring en het timmermansoog van de bouwmeester. We willen graag ontdekken hoe dit wrak in deze twee tradities past en hopen hiervoor dieper in het schip aanwijzingen te vinden. Genoeg om naar uit te kijken dus!